Daar waar Koning Alcohol een stevige concurrent is voor de man op het podium. Daar waar mensen tijdens een concert in elkaars oor schreeuwen. Daar waar mensen naar toe komen om te kunnen zeggen: hé, daar ben ik geweest. Spinvis duikt weer het clubcircuit in. Daar waar hij popheld moet zijn, in plaats van kleinkunstenaar. Na zijn theatertour De Weerman is hij wellicht wat verwend met de keurige etiquette van de theaterzaal. Stoorzenders, zoals talrijk aanwezig tijdens de try-out in het Amsterdamse People’s Place, zouden hem en zijn band kunnen verstrooien. Het zou zijn prachtige liedjes de nek om kunnen draaien. Zou kunnen. People’s Place is een beetje een gekke plek voor een concert. De zaal is niet echt een zaal. Het doet eerder aan als de lounge van een hotel met gouden deurklinken. Erik de Jong (Spinvis) staat wat onhandig weggedrukt in de hoek achter een dikke pilaar. De getrainde concertbezoeker weet dat er altijd een net iets te grote gozer voor hem komt staan – dat went wel – maar een pilaar voor je snuit is moeilijk te negeren. Bovendien zorgt het ervoor dat mensen achter in de (soort van) zaal sowieso niets van het concert meekrijgen en dus maar aan de bar gaan hangen en aldaar de keel opengooien om de muziek te overstemmen. Enfin. De muziek, daar was niets mis mee. De belangrijkste reden dat Spinvis anno 2011 ijzersterk overeind blijft in een lastige popzaal, is zijn laatste bravourestuk Tot Ziens, Justine Keller. Als onze administratie klopt, kwam elke nummer van het nieuwe album voorbij, op Jij Wint na. Uitgerekend het album dat is opgebouwd uit meer eenvoudige popliedjes zorgt voor de meeste spanning in de set. Koning Alcohol bijvoorbeeld. Op plaat is het nummer voornamelijk opgebouwd uit geluidjes uit een bakkie. In de live-uitvoering is het bewerkt voor drie strijkers (viool, alt-viool, cello) en de vaste begeleidingsband van De Jong. Het op plaat stoïcijns gebrachte liedje groeit live uit tot een jolige meedeiner, in positieve zin. Kom Terug, track twee van het nieuwe album, wordt zo treffend en groots gebracht dat het in een stadion nog niet zou misstaan. De Jong omringt zich op het podium met een club excellente muzikanten, waardoor de vraag boven komt borrelen of hij niet eens wat vaker zijn band moet uitnodigen in zijn keldertje in Nieuwegein. Wat ook opvalt is dat het oude materiaal goed heeft kunnen rijpen. Dagen van Gras, Dagen van Stro stamt immers alweer uit 2005. Een nummer als Ik Wil Alleen Maar Zwemmen wordt in People’s Place onthaald als megahit. Het publiek schreeuwt al ‘Jippie ja jeej’ bij het horen van het eerste akkoord. De Jong knijpt zijn dromerige ogen een beetje dicht. Hij glimlacht bijna beschaamd. Hij heeft de lachers op zijn hand als hij zingt: ‘Ronnie knipt zijn haar. Het mocht een keer. Dat vond zij ook. Het zat ook raar’. De Jong kijkt wat ondeugend hoe zijn publiek lacht om de prachtige eenvoud in zijn teksten. De kleinkunstenaar stapt anno 2011 net zo gemakkelijk in de schoenen van een popster. En dat is Heel Goed Nieuws voor de clubtour die 22 november officieel in première gaat in het Utrechtse Tivoli. Door Thomas Snoeijs Gezien: 28 oktober 2011, People’s Place, Amsterdam
Recensie Spinvis @ Peoples Place